1)eerste boek
Grieks de eerste rede; waardoor hij verstaat zijn Evangelische historie. Zodat daaruit alsook uit het volgende blijkt dat de heilige evangelist Lukas ook dit boek heeft geschreven.
 
2)Theofilus,
Van deze Theofilus zie de aantekeningen Luk. 1:3.
 
3)door den
Dit kan in den Grieksen tekst gevoegd worden, òf bij de woorden bevelen gegeven, òf bij het woord uitverkoren.
 
4)uitverkoren
Namelijk tot het apostelambt. Zie Matth. 10:1, enz.
 
5)bevelen had
Namelijk hoe zij het Evangelie zouden prediken door de gehele wereld; Matth. 28:19; Mark. 16:15, en te Jeruzalem wachten op de zending des Heiligen Geestes; Luk. 24:49.
 
6)vertoond heeft,
Grieks voorgesteld, of tegenwoordig gesteld heeft in velen.
 
7)kentekenen,
Namelijk waaruit klaarlijk is gebleken, dat hij waarlijk met hetzelfde lichaam van de doden was opgestaan; als daar zijn geweest, dat hij hun dikwijls is verschenen, met hen dikwijls heeft gesproken en gegeten, en dat zij Zijne littekens gezien en getast hebben; Luk. 24; Joh. 20,21.
 
8)Hij met hen
Of, als Hij hen bijeenvergaderd had.
 
9)de belofte
Dat is, den Heiligen Geest, dien de Vader door Hem beloofd had hun te zullen zenden; Luk. 24:49; Joh. 14:26.
 
10)met den Heiligen
Grieks in den Heiligen Geest; namelijk dien Ik op den pinksterdag overvloedig als water over u zal uitstorten. Hetzelfde voorzegt ook Johannes de Doper; Matth. 3:11.
 
11)niet lang na
Grieks niet na vele deze dagen; namelijk tien dagen daarna.
 
12)aan Israel
Dat is, aan het volk of de nakomelingen Israëls.
 
13)het Koninkrijk
Namelijk hetwelk de profeten tevoren hebben gezegd, door den Messias te zullen opgericht worden, en zij nog meenden, naar de gemene dwaling, een werelds koninkrijk te zullen zijn.
 
14)gelegenheden,
Namelijk der tijden, op welke God, hetgeen Hij verordineerd en beloofd heeft, zal willen uitvoeren.
 
15)Maar gij zult
Of, maar gij zult kracht ontvangen, nadat de Heilige Geest over u zal gekomen zijn.
 
16)Mijn getuigen
Grieks mij getuigen zijn; namelijk dat Ik de beloofde Messias en Zaligmaker der wereld ben.
 
17)opgenomen,
Dat is, is opgeheven lichamelijk en zichtbaar van de aarde naar den hemel; Mark. 16:19; Hebr. 1:3, en Hebr. 8:1, welke van Paulus de derde hemel en het paradijs genoemd wordt; 2 Cor. 12:2,4.
 
18)nam Hem weg
Of, nam hem op, en alzo weg van hunne ogen.
 
19)twee mannen
Dat is, twee engelen in de gedaante van mannen. Zie Gen. 18:2.
 
20)in witte kleding;
Zo plachten de engelen te verschijnen, om daarmede te tonen de reinheid hunner natuur en dat zij kwamen om blijde dingen te verkondigen. Zie Matth. 28:3; Mark. 16:5; Joh. 20:2.
 
21)Gij Galilese
Zie Hand. 2:7.
 
22)alzo komen,
Dat is, in zulke wijze, zichtbaar en in ene wolk; Mark. 13:26; Luk. 21:27; Openb. 1:7.
 
23)de Olijfberg,
Grieks oliegaarden; namelijk berg. Van dezen berg zie Matth. 21:1.
 
24)liggende van
Grieks hebbende.
 
25)een sabbatsreize.
Dat is, zover als de Joden mochten gaan op een sabbatdag, op welken het verre reizen verboden was, Exod. 16:29, hetwelk, naar eniger mening, omtrent zeven stadiën is geweest. Zodat [elke stadie gerekend zijnde voor honderd vijf en twintig schreden] het omtrent een kwartier uur gaans zou zijn. En alzo gezegd wordt, Joh. 11:18, dat Bethanië, vanwaar Christus ten hemel is opgevaren, Luk. 24:50, op dezen berg gelegen, vijftien stadiën van Jeruzalem was, zo moet dit verstaan worden van het begin des Olijfbergs, op welken Bethanië nog wat verder lag.
 
26)ingekomen waren,
Namelijk niet alleen in de stad, maar ook in een huis, hetwelk sommigen menen geweest te zijn het huis van Maria, de moeder van Johannes Markus, waarvan men leest Hand. 12:12.
 
27)Petrus en Jakobus,
Van deze apostelen zie Matth. 10:2, enz.
 
28)Judas,
Deze Judas werd alzo toegenaamd, om onderscheiden te worden van Judas Iskarioth den verrader; en alzo noemt hij zich ook zelf in zijn Zendbrief, Hand. 1:1; was anders toegenaamd Lebbeüs; Matth. 10:3.
 
29)volhardende
Dat is, krachtig, standvastig, en met lijdzaamheid aanhoudende.
 
30)de vrouwen,
Namelijk die Christus van Galilea waren gevolgd, en Hem hadden gediend, Matth. 27:55,56; Mark. 15:40; Luk. 23:55; Joh. 19:25, en ook met hunne huisvrouwen, die mede van node hadden gesterkt te worden, als zullende metgezelinnen zijn van de reizen harer mannen; 1 Cor. 9:5.
 
31)broederen.
Dat is, neven en bloedverwanten, Matth. 12:46, als daar waren Jakobus en Joses, Simon en Judas, zonen van Maria, Christus' moeders zuster; Matth. 13:55.
 
32)in dezelve
Dat is, op een van die dagen.
 
33)personen):
Grieks namen; dat is hoofden, of mensen die bij hunne namen geteld worden. Zie Openb. 3:4, en Openb. 11:13.
 
34)gerekend,
Of, geteld.
 
35)het lot dezer
Zo wordt de dienst van het apostelschap genaamd, omdat deze van God, niet uit verdienste of waardigheid, maar naar Zijn welbehagen gegeven wordt; Hand. 8:21.
 
36)heeft verworven
Namelijk overmits hij den Joden gelegenheid heeft gegeven, dat die akker door hen gekocht werd voor dat geld, hetwelk hem voor de verraderij gegeven was; Matth. 27:6,7. Zodat dit moet verstaan worden niet van het voornemen van Judas, maar van de uitkomst, die daarop gevolgd is.
 
37)een akker,
Namelijk den bloedakker, Hand. 1:19.
 
38)door het loon
Grieks uit het loon.
 
39)der ongerechtigheid,
Dat is, der onrechtvaardige daad der verraderij.
 
40)voorwaarts
Dewijl gezegd wordt, Matth. 27:5, dat hij verworgd is, zo is het algemeen gevoelen dat hij zichzelven met een strop verhangen heeft, en dat hij alzo voorwaarts over òf in den strop is gevallen, òf de strop gebroken zijnde, voorover gevallen is en gebarsten, en dat hij alzo zijn ingewanden door een rechtvaardig oordeel Gods uitgestort heeft. Zie dergelijk voorbeeld in Achitofel; 2 Sam. 17:23.
 
41)overgevallen
Grieks geworden.
 
42)bekend geworden
Namelijk dat God den verrader Judas met zulk een dood gestraft had.
 
43)in hun eigen
Namelijk in de Syrische of Chaldeeuwse taal, die de Joden na de Babylonische gevangenschap gebruikten.
 
44)een akker des bloeds.
Namelijk omdat hij gekocht was voor het geld, waar het bloed van Christus voor verkocht was geweest.
 
45)ongedaan hebben = omgegaan hebben?????
Of, vergaderd zijn geweest; namelijk als wij Christus volgden. Onder welken zonder twijfel de zeventig discipelen ook geweest zijn.
No Link found
 
46)in- en uitgegaan
Dat is, met ons gemeenzaam verkeerd heeft, met ons op en neer gegaan heeft, en zijn ambt, als onze Heere en Meester onder ons bediend heeft, Hebreën. Zie Deut. 31:2; Ps. 121:8; Joh. 10:9.
 
47)van den doop
Dat is, van den tijd, dat Johannes heeft begonnen te leren en te dopen; want toen begon de bediening des Evangelies, en kort daarna begon ook Christus zelf zijn ambt te bedienen.
 
48)Zijn opstanding.
Namelijk, en ook van alle andere leerlingen en daden van Christus. Doch hier wordt alleen melding gemaakt van Zijne opstanding, omdat Hij daardoor krachtiglijk is bewezen te zijn de Zoon Gods en de ware Messias; Hand. 2:32; Rom. 1:4.
 
49)Jozef,
Deze wordt in sommige boeken genaamd Joses, en wordt gehouden een broeder geweest te zijn van Jakobus den Jonge.
 
50)Gij Heere!
Zie de reden hiervan in de aantekeningen Gal. 1:1.
 
51)Kenner der
Dat is, Gij die weet hoe zij inwendig in het hart gesteld zijn.
 
52)wijs van deze
Namelijk door het lot, hetwelk van U bestuurd wordt; Spreuk. 16:33.
 
53)het lot dezer
Zie Hand. 1:17.
 
54)afgeweken is,
Of, afgetreden is; dat is, waar Judas om zijne boosheid uitgevallen is.
 
55)in zijn eigen
Namelijk die hem en zijns gelijken, van God naar zijn rechtvaardig oordeel verordineerd is, en de plaats der pijn genaamd wordt; Luk. 16:28.
 
56)wierpen hun
Grieks gaven hunne loten; namelijk van Jozef en Matthias, uit welken een door het lot zou verkoren worden, opdat alzo zijne beroeping tot het apostelschap als van God zelf zou komen.
 
57)viel op Matthias,
Zie dergelijke in de verkiezing van Saul tot het koningsambt; 1 Sam. 10:20.
 
58)met gemene
Dat is zij hebben allen deze goddelijke verkiezing voor goed gekend en aangenomen.