1)het eerste verbond
Vele Griekse boeken hebben den eerste tabernakel; maar uit Hebr. 8:13, alsook uit Hebr. 9:2 blijkt, dat hier beter gelezen wordt: het eerste verbond.
 
2)rechten van de godsdienst,
Of rechtvaardigmakingen, of instellingen; dat is, wijzen van doen, waarnaar de godsdienst moest gericht zijn, waarin de ceremoniëele rechtvaardigmaking bestond.
No Link found
 
3)het wereldlijk
Of, dat wereldlijk heiligdom; dat is, dat aards is en van vergankelijke stof gemaakt, gelijk alle dingen in de wereld zijn: waarvan zie Exod. 25,26,36,37. En wordt hier gesteld tegenover de hemelse en onvergankelijke, dat hierdoor betekend wordt: gelijk de apostel hierna zal verklaren.
 
4)heiligdom.
Zo wordt genoemd het gebouw, dat in het Oude Testament door Gods ordinantie tot den godsdienst was geheiligd, in welks plaats daarna de tempel Salomo's is gekomen. Doch Paulus beschrijft hier niet den tempel, maar den tabernakel, omdat die eerst door Mozes, naar het voorbeeld hem van God op den berg getoond, was gebouwd, en dat Salomo daarna den tempel naar dezen tabernakel heeft gemaakt, zo nochtans dat hij enige andere dingen daarbij heeft gevoegd.
 
5)de eerste,
Dat is, het eerste deel des tabernakels. Want den voorhof des volks en der priesters, waarin de vergaderingen en slachtoffers geschiedden, gaat de apostel hier voorbij, en verklaart alleen de zaken, die in den gedekten tabernakel of hut waren, en de handelingen die daarin gepleegd werden; waarvan het eerste deel het heilige, het andere deel het heilige der heilige genoemd werd.
 
6)de kandelaar,
Deze kandelaar, tafel en toonbroden waren in het eerste deel van den tabernakel; Exod. 25:23, enz.
 
7)de toonbroden,
Grieks de voorzetting der broden.
 
8)achter het tweede voorhangsel
Dat was het voorhangsel, dat het heilige van het heilige der heiligen scheidde, en wordt het tweede genoemd, ten opzichte van het eerste voorhangsel, dat den ingang van het heilige in den tabernakel bedekte. Zie Exod. 26:36; want in den tempel was dit met muren van de voorhoven gescheiden, waarin daarom maar één voorhangsel was, hetwelk scheurde toen Christus aan het kruis is gestorven; Luk. 23:45.
 
9)de tabernakel,
Dat is, het deel van den tabernakel; want beide deze delen waren onder één dak.
 
10)wierookvat,
Grieks thymiaterion; waardoor sommigen verstaan het reuk-altaar zelf, dat in het heilige stond, waar de priesters alle dagen ingingen om daarop te roken, gelijk Hebr. 9:6 ook wordt aangewezen, en Exod. 30:6 te zien is. Welk, gelijk het dicht aan het heilige der heiligen stond, zo menen zij dat hier gezegd wordt, dat het heilige der heiligen hem had. Doch deze manier van spreken zou zeer ongewoon zijn, dewijl hier uitdrukkelijk staat, dat het heilige der heiligen, hetwelk achter het tweede voorhangsel was, dit thymiaterion had, gelijk ook de ark des verbonds. Daarom wordt het bekwamer genomen voor het wierookvat, waarmede de hogepriester eenmaal des jaars in het heilige der heiligen ging, om te roken; hetwelk daarom ook in het heilige der heiligen bewaard werd, gelijk Josefus getuigt, lib. 2, tegen Appion. En hoewel Mozes daarvan geen uitdrukkelijk gewag maakt, zo kan nochtans hetzelve uit Lev. 16:12 ook genomen worden.
 
11)in welke was
Sommigen menen, dat deze woorden in welke, zien op het woord tabernakel, waarvan in Hebr. 9:3 gesproken is, omdat 1 Kon. 8:9 en 2 Kron. 5;10, uitdrukkelijk gezegd wordt, dat in de ark des verbonds niet was besloten dan de twee tafelen der wet. Doch anderen verstaan het van de ark zelf, in of omtrent welke de gouden kruik met manna en de staf Aärons ten tijde van den tabernakel geweest zijn, gelijk te zien is Exod. 16:33,34, en Num. 17:10, hoewel die ten tijde toen de tempel van Salomo was gebouwd daar niet meer in of omtrent geweest zijn, of omdat zij vergaan waren, of omdat zij ergens in een ander deel des tempels zijn gebracht, gelijk ook het echte boek der wet, waarvan gewag wordt gemaakt Deut. 31:26; 2 Kron. 34:14.
 
12)de cherubijnen der heerlijkheid,
Deze waren twee gedaanten van engelen, met hunne hoofden naar elkander gebogen, en met hunne vleugelen elkander rakende, gelijk te zien is Exod. 25:18, waartussen God aan Mozes antwoord gaf uit het opperste deel des genadestoels, gelijk betuigt wordt Num. 7:89.
 
13)het verzoendeksel beschaduwden;
Of genadestoel, welk was het deksel der ark, waar de twee stenen tafelen der wet mede werden bedekt, en een voorbeeld was van Christus, die de wet bedekt, omdat hij voor ons onder de wet is geworden, en ons van den vloek der wet heeft verlost, gelijk Christus ook daarom met den naam van verzoendeksel, of verzoening wordt genoemd, Rom. 3:25, en de engelen worden gezegd begerig te zijn om deze verborgenheden te aanschouwen; 1 Petr. 1:12.
 
14)in den eersten tabernakel,
Dat is, in het eerste deel, namelijk tabernakel, genaamd het heilige, gelijk Hebr. 9:2.
 
15)te allen tijde,
Dat is, elk in zijn dagordening, gelijk te zien is Luk. 1:8,9.
 
16)in den tweeden
Dat is, in het tweede deel, namelijk het heilige der heiligen, gelijk voren.
 
17)eenmaal des jaars,
Namelijk op den tienden dag der zevende maand van Thisri, op den plechtigen dag van de vasten en der verzoening van het ganse volk. Zie Lev. 16:29, enz.
 
18)niet zonder bloed,
Namelijk van de offerande der verzoening, die buiten den tabernakel, op het grote altaar in den voorhof, was geslacht en geofferd; waarvan het bloed na de ontsteking van het reukwerk in het voorzeide wierookvat, door den priester in het heilige der heiligen voor de ark en den genadestoel gebracht werd, en werd de genadestoel daarmee tot zeven malen besprengd, nadat hij met het reukwerk, als met een wolk was overdekt; gelijk Lev. 16:11, enz. te zien is. Welke schaduw en voorbeeld de apostel in vervolg van stuk tot stuk gaat verklaren.
 
19)misdaden.
Grieks onwetendheden, of onbedachtzaamheden; waardoor verstaan worden, niet alleen de zonden, die eigenlijk uit onwetendheid gedaan worden, maar ook alle soorten van zonden, gelijk uit de plaats Lev. 16:16, waarop Paulus hier ziet, genoeg blijkt, en hiervoor Hebr. 7:27, en elders meer. En worden ook de zonden zo genoemd, omdat alle zonden [de zonde tegen den Heiligen Geest uitgenomen] met enige dwaling van het verstand door de verleiding van den Satan altijd zijn gevoegd.
 
20)de Heilige Geest
Namelijk die een insteller was van al deze godsdiensten, en derhalve een waarachtig eeuwig God met den Vader en den Zoon, en nochtans een onderscheiden persoon.
 
21)de weg des heiligdoms
Dat is, van het heilige der heiligen, of des hemels, gelijk hierna Hebr. 9:12,24 wordt verklaard.
 
22)nog niet openbaar gemaakt was,
Dat is, nog niet zo klaar en volkomen bekend was gemaakt, gelijk daarna is geschied, toen Christus de zaken, hierdoor betekend, in zijn eerste komst heeft volbracht; gelijk 1 Joh. 3:2 gezegd wordt, dat het nog niet geopenbaard, of openbaar gemaakt is wat wij worden zullen; namelijk na Christus' tweede komst; hoewel wij nochtans ook hier enigszins daarvan onderricht zijn, maar niet zo klaar en volkomen als het ons zal bekend worden, wanneer de zaak zelf in ons zal vervuld zijn.
 
23)zolang de eerste tabernakel nog stand had;
Dat is, zo lang de gemeente onder het Oude Testament door de ceremoniën en handelingen van den eersten tabernakel en vervolgens ook van den eersten tempel, alleen werd onderricht, zonder dat het Evangelie haar in zijn naaktheid en volle klaarheid werd voorgedragen, gelijk na de vervulling is geschied. Want dat enigen dit zo duiden als of de gelovigen in het Oude Testament geen toegang hadden tot den hemel, voordat Christus ten hemel was opgevaren, strijdt tegen het voorbeeld van Elia, 2 Kon. 2:11, en van Lazarus, Luk. 16:22; vergeleken met Matth. 8:11, en van den moordenaar aan het kruis, Luk. 23:43, vergeleken met 2 Cor. 12:2,3,4, en met de hoop der gelovige vaderen, Hebr. 11:16; en strijd ook met Christus' beloften, Matth. 5:10,11,12; die lang voor zijne verrijzenis zijn geschied.
 
24)een afbeelding
Grieks parabole; dat is, ene gelijkenis die wat anders beduidt.
 
25)dengene, die de dienst pleegde,
Grieks den dienenden; dat is, die den dienst was doende.
 
26)niet konden heiligen naar het geweten;
Of niet konden volmaken, namelijk in zichzelf aangemerkt, of door hun kracht; anderszins konden zij, in hun recht gebruik, dienen om de gelovige vaderen op Christus te wijzen, door wiens offerande de conscientiën zouden gereinigd worden, gelijk hierna Hebr. 9:14 wordt verklaard.
 
27)wassingen
Grieks dopingen.
 
28)rechtvaardigmakingen
Dat is, uiterlijke inzettingen, die den mens naar den uitwendigen, of lichamelijken stand, alleen rechtvaardigden of heiligden. Zie Hebr. 9:13.
 
29)verbetering
Grieks rechting; dat is, waarop het te recht zal worden gebracht, namelijk tot op de tijden van het Nieuwe Testament, waar Jeremia van gesproken had, waarin de betekende zaak zou vervuld worden, deze ceremoniën geweerd, en andere kortere godsdiensten ingesteld, waardoor de Heilige Geest krachtiger zou werken, 2 Cor. 3.
 
30)opgelegd.
Namelijk als een juk, hetwelk de vaders zelf niet hebben kunnen dragen, en door Christus is afgenomen; Hand. 15:10,11.
 
31)der toekomende goederen,
Dat is, al de geestelijke weldaden, die door de offerande van Christus aan het kruis, en door zijn ingang in den hemel verworven zijn; gelijk daar zijn: vergeving der zonden, wedergeboorte, den geest der aanneming tot kinderen, en de eeuwige zaligheid, die in het Oude Testament afgebeeld zijnde, in het Nieuwe door Christus zijn verworven.
 
32)gekomen zijnde,
Namelijk in het vlees, of in de wereld.
 
33)den meerderen
Hierdoor wordt verstaan de menselijke natuur van Christus, waarin de volheid der Godheid als in een tabernakel of tempel woont, Joh. 1:14, en Joh. 2:19; gelijk Hebr. 8:2 ook is aangewezen. Er wordt van Christus gezegd door dezen tabernakel zijns vleses ingegaan te zijn in den hemel, omdat door de geestelijke kracht en waardigheid zijner offerande voor ons volbracht, hem de toegang tot den hemel is geopend, en hem een naam is gegeven boven alle namen, Filipp. 2:8,9; met welke verklaring overeenkomt hetgeen hij hierna zegt Hebr. 10:20, van den nieuwen weg, die ons geopend is, om in te gaan in het heilige, door dit voorhangsel, dat is, het vlees van Christus. Want Christus is ons voorgegaan om ons plaats te bereiden, Joh. 14:2. Hij wil dan zeggen: gelijk Christus door zichzelf en door zijn eigen bloed ingegaan is in het heiligdom, dat wij ook door denzelfden weg daarin moeten komen.
 
34)van dit maaksel,
Grieks van deze schepping, of van dit schepsel.
 
35)der bokken en kalveren,
Want beide deze soorten van dieren werden geslacht als de hogepriester in het heilige der heiligen zou ingaan, Lev. 16:11,15, met welker beider bloed hij ook in het heilige der heiligen inging, Hebr. 9:18.
 
36)een eeuwige
Dat is, altijddurend en van eeuwige kracht, gelijk Hebr. 10:14.
 
37)verlossing teweeggebracht
Grieks rantsoening; dat is, verlossing, die door rantsoen geschiedt, gevonden hebbende.
 
38)de as der jonge koe,
Dit was nog een andere ceremonie, waardoor de onreinen naar de wet in het Oude Testament werden gereinigd, die ook op Christus en de besprenging van zijn bloed zag; waarvan zie Num. 19:2, enz.
 
39)de onreinen,
Namelijk naar de wet, door het aanraken van enigen dode, of gebeente, of graven; Num. 19:16. Grieks die gemeen gemaakt waren.
 
40)tot de reinigheid
Dat is, om uitwendig naar de wet rein te zijn en toegang te mogen hebben tot de vergaderingen en andere uitwendige godsdiensten van het Oude Testament.
 
41)door den eeuwigen Geest
Dat is, door zijn eeuwige godheid, waardoor de kracht en waardigheid der offerande van Christus is voortgekomen, gelijk Hand. 20:28 ook wordt aangewezen; en gelijk de eeuwige godheid van Christus ook een Geest wordt genoemd; Rom. 1:4; 1 Tim. 3:16; 1 Petr. 3:18.
 
42)uw geweten
Dat is, uwe zielen, verstand, wil en genegenheid, waarvan de conscientiën ook het gevoel hebben, om te weten hetgeen ons door God geschonken is; 1 Cor. 2:12. Anderen lezen: onze conscientiën.
 
43)dode werken,
Dat is zonden. Zie Hebr. 6:1.
 
44)testaments,
Het Hebreeuwse woord berith, dat Jeremia gebruikt Jer. 31, betekent in het algemeen allerlei verbond of contract, hetzij het tussen twee partijen gemaakt wordt, of door één partij alleen, gelijk de testamenten plegen; waarvan voorbeelden zijn te lezen Gen. 6:18, en Gen. 9:9; Job 31:1. Dat nu dit Verbond een Testament is, stelt de apostel als zeker, omdat het alleen van Gods zijde komt, gelijk de plaats Jer. 31, in het voorgaande hoofdstuk verhaald, genoeg aantoont; en omdat alle voorbeelden daarvan zulks toonden, die met bloed der gedode offeranden werden besprengd en verzegeld.
 
45)tot verzoening der overtredingen,
Grieks verrantsoening.
 
46)die onder het eerste testament waren,
Dat is, die ten tijde van het Oude Testament geschied en onverzoend gebleven waren, maar door God voorbijgegaan en vergeven waren, om de offerande en genoegdoening van Christus, die daarna geschieden zou. Zie Hand. 15:11; Rom. 3:25,26.
 
47)die geroepen zijn,
Namelijk met een krachtige roeping tot het geloof, gelijk Abraham en zijn geestelijke zaad waren; Rom. 4:16.
 
48)de beloftenis
Dat is, de beloofde eeuwige erve. Zie hierna Hebr. 11:8,9,10.
 
49)tussenkome;
Grieks gebracht worde; namelijk eer het vast is, gelijk Hebr. 9:17 verklaart.
No Link found
 
50)het eerste
Namelijk verbond door Mozes gemaakt.
 
51)niet zonder bloed is
Namelijk de geslachte of gedode dieren, die op den dood van den Middelaar van het Nieuwe Testament hun oogmerk hadden. Want terwijl de overtreding der wet den dood verdiende, en God den overtreder door zijn genade naar den inhoud van het Nieuwe Testament daarvan zou vrijhouden, mits dat zijn gerechtigheid genoeg zou geschieden, zo is Christus de Middelaar hiertussen gekomen, en heeft als borg, Hebr. 7:22, de voldoening op zich genomen en daarna door zijn dood de schuld der overtreding betaald, en hun de eeuwige erve, die hem als den Zoon Gods toekwam, ook verworven.
 
52)ingewijd.
Dat is, openlijk ingesteld, gevierd en voor vast en bondig verklaard.
 
53)Want als al de geboden,
Dit verhaal van Paulus is genomen uit Exod. 24:3, enz. alleen dat de apostel hier water, purperen, wol en hysop bijvoegt uit Lev. 14:6, en Num. 19:6; waar deze dingen in dergelijke besprengingen gebruikt werden.
 
54)het bloed der kalveren
Waarvan in andere plaatsen dikwijls wordt gewag gemaakt.
 
55)beide het boek zelf,
Dit wordt wel Exod. 24 niet uitdrukkelijk gezegd, maar kan evenwel uit het verhaal van Mozes daar genoeg genomen worden.
 
56)al het volk,
Dat is, de twaalf pilaren, die Mozes aldaar oprichtte, om de twaalf stammen van Israël te vertegenwoordigen, en dat ten overstaan en in de tegenwoordigheid van al het volk. Zie de aantekeningen op Exod. 24:8.
 
57)des testaments,
Dat is, een teken en zegel van het verbond of testament. Want het was het bloed van kalveren en bokken, dat tot inwijding of bevestiging van dit verbond werd gebruikt. Een sacramentele wijze van spreken, gelijk Luk. 22:19; 1 Cor. 11:24,25.
 
58)geboden.
Dat is, met u heeft gemaakt, naar of over al deze woorden of geboden; gelijk uitgedrukt wordt Exod. 24:8.
 
59)En hij besprengde desgelijks
Dat is genomen uit verscheidene andere plaatsen der wet, inzonderheid uit Exod. 29:12; Lev. 16:14, enz.
 
60)bijna door bloed gereinigd
Dit wordt er bij gedaan, omdat enige reinigmakingen der wet alleen door water geschieden, die ook op de offerande van Christus hun oogmerk hadden, daar in zijn dood, bloed en water zijn gevloten. Zie Joh. 19:34 en 1 Joh. 5:6.
 
61)Zo was het dan noodzaak,
Namelijk volgens Gods onveranderlijk bevel en ordinantie. Zie hierna Hebr. 10:9,10.
 
62)de voorbeeldingen der dingen,
Of afbeeldingen, figuren.
 
63)gereinigd werden,
Dat is, van het algemeen gebruik afgezonderd en bekwaam gemaakt om godsdienstige gemeenschap daaraan te hebben.
 
64)maar de hemelse dingen zelve
Dat is, de ingang tot den hemel zelf en de geestelijke gaven, welke ons, om daarin te komen, nodig zijn, en die door deze uitwendige reinigmakingen zijn betekend. Zie Ef. 1:3; Col. 3:1,2.
 
65)door betere offeranden dan deze.
Dat is, door de offerande van Christus, die beter en van meerder waarde is. En die wordt hier in het meervoud gezet, hoewel die maar één is, en éénmaal geofferd, omdat zij de kracht van al de figuurlijke offeranden en zaken, daardoor betekend in zich bevat.
 
66)van het ware,
Namelijk van het heiligdom, dat is, des hemels, dat door dit ander werd afgebeeld, gelijk volgt.
 
67)om nu te verschijnen
Namelijk met Zijne overwinnende offerande, die Hij hier op aarde Zijn Vader onstraffelijk opgeofferd had, tot een verzoening voor alle zonden Zijner gelovigen, en met een eeuwige begeerte, dat die ons tot onze zaligheid altijd zou worden toegeëigend. Zie Rom. 8:34; 1 Tim. 2:5, en 1 Joh. 2:1,2.
 
68)met vreemd bloed;
Of eens anders; dat is, met bloed van geslachte dieren, die van een andere natuur zijn dan hijzelf.
 
69)(Anders had Hij dikwijls moeten lijden
Namelijk zo Hij Zichzelf dikwijls had moeten opofferen, aangezien Zijn offerande door lijden en met lijden werd volbracht, en zonder lijden niet kon volbracht worden.
 
70)van de grondlegging der wereld af)
Dat is, van den beginne dat de mensen hebben gezondigd. Waaruit blijkt dat God de zonden nooit heeft vergeven, dan ten opzichte van deze offerande van Christus.
 
71)in de voleinding der eeuwen geopenbaard,
Dat is, in de volheid des tijds, dien God daartoe bestemd had. Zie Gal. 4:4.
 
72)gelijk het den mensen gezet is,
Grieks na zo veel.
 
73)eenmaal te sterven,
Namelijk door Gods ordinantie, nadat de mens heeft gezondigd, Rom. 5:12. Want dat sommige mensen niet zijn gestorven, gelijk Henoch en Elia, en dat enigen tweemaal zijn gestorven, gelijk daar zijn geweest die wonderbaarlijk in dit leven zijn opgewekt, is een bijzondere gunst en uitzondering geweest van dezen algemenen regel.
 
74)daarna het oordeel;
Namelijk van elk een in het bijzonder terstond na den dood, en van allen in het algemeen hier namaals ten uitersten dage.
 
75)veler zonden weg te nemen,
Namelijk van al Zijne uitverkorenen en gelovigen. Of veler zonden op zich te nemen; of te dragen.
 
76)zonder zonde
Dat is, zonder toerekening en straf onzer zonden meer te dragen, maar om in heerlijkheid alles te oordelen.
 
77)die Hem verwachten
Namelijk door geloof en hoop. Zie 2 Tim. 4:8.