1)hoofden der vaderen
Wien het toekwam te letten op de zaken, die de algemene welvaart van den gansen stam waren aangaande.
 
2)hoofden van de vaderen
Van de instelling dezer vergadering, zie boven, Num. 11.
 
3)mijn heer
Dat is, u Mozes.
 
4)geboden,
Zie boven, Num. 26:55,56, en Num. 33:54.
 
5)geboden,
Zie boven, Num. 27:7. Zij willen zeggen dat het voorgaande gebod, van de erfenissen bij loting uit te delen, hiermede niet wel zou accorderen indien de dochters door het huwelijk de erfenissen aan andere stammen zouden overbrengen, gelijk in het volgende blijkt.
 
6)broeder
Dat is, bloedverwant, zijnde van onzen stam.
 
7)Zelafead te geven
Hebreeuws, Tselophchad.
 
8)tot vrouwen zouden worden,
Dat is, trouwen; alzo in het volgende.
 
9)jubeljaar zullen hebben,
Waarin een ieder wederkeerde tot zijne bezitting. Zie Lev. 25:13, welke wet door zulke huwelijken zou teniet gedaan worden.
 
10)mond,
Dat is, bevel; waarmede te kennen wordt gegeven dat Mozes den HEERE hierover eerst raad heeft gevraagd.
 
11)ogen goed zal zijn;
Dat is, die haar zal mogen bevallen; aan welken het haar zal goeddunken.
 
12)Voorts zal elke dochter,
Dit is nu een generale wet, die het God geliefd heeft bij deze occasie te geven voor den staat van Israël, aangaande de dochters, die bij gebreke van mannelijke erven zouden komen te erven in haar vaderlijk huis.
 
13)dienst van Mozes
Hebreeuws, hand.